Psychologische consequenties bij verwijzing (MASS trial)

In 2013 is de MASS trial (Modified Assessment in Service Screening) afgerond. De MASS trial heeft gekeken naar de mogelijkheid van het invoeren van een voorselectie van verwezen vrouwen buiten het ziekenhuis met als doel het aantal vrouwen dat naar het ziekenhuis wordt verwezen te verminderen. Het artikel over de kosteneffectiviteit van de MASS trial is gepubliceerd in de Canadian Journal of Public Health.(1) Dit is de eerste studie die de kosteneffectiviteit heeft bepaald van verschillende strategieën voor vervolgonderzoek in een landelijk screeningsprogramma. Deze studie laat de voordelen zien van het aanpassen van het aanvullend onderzoek aan de mate van radiologische verdenking op borstkanker.
Naast de gegevens voor het uitvoeren van de kosteneffectiviteitsanalyse is er ook informatie verzameld over de psychologische consequenties bij verwijzing. Hiervoor is gebruik gemaakt van de COS-BC vragenlijst (Consequences of Screening – Breast Cancer). Deze vragenlijst is gebruikt in Denemarken en kijkt onder andere naar angst, gevoel van afwijzing en gedrag. De validatie van deze vragenlijst voor gebruik in de Nederlandse setting is in 2015 uitgevoerd. Een beleidsnotitie met analyses relevant voor de BI-RADS 0 route is in december 2016 naar het RIVM-CvB gestuurd. Er wordt een manuscript voorbereid voor het tijdschrift Huisarts en Wetenschap. Dit zal in 2017 opgepakt worden. De resultaten van de COS-BC vragenlijst laten zien dat er minder nadelige psychologische consequenties zijn bij vrouwen met een BI-RADS 0 ten opzichte van een BI-RADS 4 of 5. Het is dus van belang dat een gedifferentieerde boodschap gebracht wordt naar de cliënt waarbij verschil gemaakt wordt tussen een lage (BI-RADS 0) en een hoge (BI-RADS 4 of 5) verdenking op borstkanker. Tot slot blijkt dat de “verwijs”-boodschap van BI-RADS 0 heel goed door een getrainde screeningsmedewerker gebracht kan worden. Hierdoor kan de huisarts mogelijk uit het vroege diagnostische traject gehaald worden en achteraf geïnformeerd worden, waardoor de lijnen kort(er) en sneller zouden kunnen zijn. De wenselijkheid hiervan dient echter nog onderzocht te worden.

 

Referentie
(1) Timmers JM, Damen JA, Pijnappel RM, Verbeek AL, den Heeten GJ, Adang EM, Broeders MJ. Cost-effectiveness of non-invasive assessment in the Dutch breast cancer screening program versus usual care: a randomized controlled trial. Can J Public Health. 2014;105(5):e342-7.